We verhuizen naar YouTube!

Je kan vanaf nu keiveel leuke filmpjes bekijken op onze YouTube kanalen.

Ga naar ons Youtube kanaal Sluiten


Spreekbeurt

Je wilt een spreekbeurt maken over goochelen?

Dan ben je hier aan het juiste adres.
Op deze pagina vind je leuke weetjes over goochelaars en hun acts. De spreekbeurt zal je natuurlijk zelf moeten maken ;-) maar deze weetjes helpen je vast goed op weg.

Het verschil tussen goochelen en toveren is groot. Goochelen kan je leren, toveren niet. Toveren is eigenlijk iets dat alleen bestaat in boeken en films. Een goochelaar leert trucs en oefent uren.

Er zijn een aantal soorten goochelkunst.
De bekendste zijn:
• close-up: de goochelaar doet trucs op een tafel met kleine voorwerpen terwijl het publiek er met zijn neus op staat
• mentale magie: de goochelaar leest de gedachten van het publiek
• illusionisme: een illusionist doet grote trucs, met veel toeters en bellen, met olifanten en doorgezaagde vrouwen,…
• manipulatie: manipulatie is voor veel goochelaars de enige echte manier van goochelen. De goochelaar grijpt kaarten en muntstukken zomaar uit de lucht, laat balletjes verdwijnen,… Deze goochelaars treden meestal op in een net pak en goochelen op mooie en rustige muziek

De meest gevaarlijke truc is het vangen van een kogel met de tanden. Een echte kogel wordt met een echt pistool naar de goochelaar afgeschoten. De goochelaar vangt die kogel dan op met zijn tanden! Er zijn al meer dan een dozijn goochelaars gestorven bij het uitvoeren van deze goocheltruc.

De snelste goochelaar is Eldon D. Wigton, beter bekend onder zijn artiestennaam Dr. Eldoonie. Hij toonde op 21 april 1991 maar liefst 255 trucs in 2 minuten!

De grootste waaier van gewone speelkaarten werd gemaakt door Ralf Laue op 18 maart 1994. Hij hield een waaier van 326 speelkaarten in 1 hand!

De  oudste goocheltruc is ‘balletje-balletje’.
De goochelaar goochelt daarbij drie balletjes van zijn ene hand naar de andere hand. Deze truc is echt al eeuwenoud en staat zelfs op een aantal stokoude schilderijen.

Eén van de bekendste goochelaars is David Copperfield. Hij heeft ooit het Vrijheidsbeeld laten verdwijnen! Natuurlijk deed hij dat niet echt, hij is ‘een illusionist’. Hij maakt illusies, hij laat mensen dus andere dingen zien dan de werkelijkheid.

Siegfried en Roy zijn twee wereldberoemde goochelaars die samen optreden. Ze hebben steeds hun huisdiertjes bij tijdens hun shows: echte witte tijgers! Brrrr.

Uri Geller is een heel bekende goochelaar. Alleen kwam hij er niet voor uit dat hij eigenlijk goocheltrucs deed. Hij wilde de mensen doen geloven dat hij lepels kon buigen met zijn gedachten.

Het allereerste goochelboek verscheen in Frankrijk in 1584 en werd geschreven door Jean Prevost.

Eliaser Bamberg  was een goochelaar uit de 18de eeuw. Zijn bijnaam was ‘De kreupele duivel’. Hij verloor een been bij een explosie en had sinds dat moment een houten been. Er wordt gezegd dat zijn houten been hol was en dat hij attributen voor zijn goochelshows kon verstoppen in dat been.

De allerbekendste goochelaar is Harry Houdini. Houdini is vooral bekend als ontsnappingsartiest. Hij liet zich vastketenen en opsluiten in een houten kist en klom er een paar seconden later weer uit. De echte naam van Harry Houdini was Ehrich Weiss. Hij stierf op Halloween in 1926.

Programma

AbraKOdabra brengt ons – in ware Houdini-stijl- naar het Magisch Theater van goochelaar Kobe. Hij voert er samen met zijn assistenten grote en kleine trucs op in zijn eigen gekende humoristische stijl. 'De grote Kobini', de grootvader van Kobe, was een beroemd goochelaar.
Na zijn dood erfde Kobe het theater, het goochelmateriaal én het goocheltalent van zijn opa.
Het programma is een geheel van verbluffende en grappige trucs met als apotheose een heuse magische illusie…

Het programma:
Alle bewoners van het Magisch Theater zijn gepassioneerd door magie. Kobe doet goocheltrucs en legt ze daarna uit zodat de kinderen ze thuis zelf kunnen proberen. Aan het eind van het programma voert hij samen met zijn assistenten een 'Grote Illusie' op. In het Theater woont ook de zonderlinge professor, die raadsels voorlegt aan de kinderen. We leren de trucs van 'De grote Kobini', de grootvader van Kobe, aan de hand van een origineel slapstickfilmpje uit de oude doos. Kobe neemt behalve zijn rol als meestergoochelaar ook de rol van de professor en 'De grote Kobini' voor zijn rekening.

De personages:

De professor is een expressief warhoofd. Hij ziet de wereld scherp door zijn ene brilglas.
Vergeetachtig als hij is, weet hij nooit waar hij de dingen gelaten heeft.
In zijn laboratorium voert hij verschillende proefjes uit.
Af en toe begint de zolder op zijn grondvesten te daveren en vallen er allerlei dingen uit de lucht.

'De grote Kobini' is de opa van Kobe. Hij was een beroemd goochelaar.
Oude filmpjes van zijn opvoeringen werden teruggevonden en gerestaureerd.
In deze slapstickfilmpjes kun je zijn trucs bewonderen. Kobes hele leven draait rond goochelen.

De assistente is Kobes rechterhand tijdens de opvoering van de 'Grote Illusies'.
Ze groeiden samen op en kennen elkaar dus door en door.
Ze zijn gek op elkaar, maar kunnen het nog niet toegeven.

P’tit is de dwerg van de familie.
Hij was de assistent van 'De grote Kobini' en kent dus alle geheimen van het Magisch Theater en het goochelen. Nu helpt hij Kobe waar hij kan.